Beperk bronbelasting

Uitgave: 
globe magazine, februari 2016
Auteurs: 
Willem Jan Elissen
Beperk bronbelasting

Bronbelasting is een heffing die in het buitenland (bronland) kan worden ingehouden op dividend, interest of royalty-betalingen. Een Nederlandse exporteur kan eerder dan je wellicht zou verwachten te maken krijgen met bronbelasting. Indien een deal bijvoorbeeld betrekking heeft op in het buitenland te verrichten werkzaamheden, al dan niet in verband met de levering van een goed zoals een machine, kan de afgesproken vergoeding geheel of gedeeltelijk worden aangemerkt als een royalty. De buitenlandse klant is dan soms verplicht bronbelasting op de betaling aan de leverancier in te houden en het ingehouden bedrag af te dragen aan de lokale belastingdienst.

Ieder land heeft zijn eigen standaard bronbelastingtarieven, deze kunnen oplopen tot 30%. In belastingverdragen kunnen deze tarieven worden verminderd, soms tot nihil. En het goede nieuws is dat Nederland veel belastingverdragen heeft gesloten. Nederlandse bedrijven kunnen dus vaak gebruik maken van een verlaagd of nihil bronbelastingtarief.

Als Nederland een belastingverdrag met het bronland heeft gesloten kan de Nederlandse leverancier ingehouden bronbelasting verrekenen met de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting. Dit gebeurt aan de hand van een vrij ingewikkelde berekeningsmethode waarbij een aantal voorwaarden gelden. Indien er geen belastingverdrag van toepassing is, kan de Nederlandse ondernemer op grond van een eenzijdige Nederlandse regeling de bronbelasting soms toch verrekenen. In dat geval wordt het standaard buitenlandse bronbelastingtarief echter niet verlaagd.

Het belang van voorkoming of vermindering van bronbelasting

Indien de leverancier in een fiscale verliespositie zit en dus geen vennootschapsbelasting betaalt, kan hij de ingehouden bronbelasting (nog) niet verrekenen. Te veel ingehouden bronheffing komt nooit voor verrekening in aanmerking. In de praktijk blijkt te veel ingehouden bronbelasting vaak ook niet meer terug te vorderen van de buitenlandse belastingdienst, zeker niet in landen buiten de EU. Verder brengt bronbelasting een cashflow-nadeel met zich mee.

Het is daarom belangrijk het onderwerp bronbelasting in een zo vroeg mogelijk stadium in de gesprekken met een buitenlandse afnemer mee te nemen. Het volgende 5-stappenplan kan daarbij helpen om bronbelasting zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Vijf stappenplan

  1. Nagaan of buitenlandse bronbelasting van toepassing is. Valt de betaling bijvoorbeeld onder het begrip ‘royalty' of is wellicht sprake van een vaste inrichting?

Onder royalty's worden onder andere begrepen vergoedingen voor het (recht van) gebruik van een auteursrecht, een octrooi, een handelsmerk, een model, een geheim recept of een geheime werkwijze. Naast dergelijke licentie-fees kunnen ook vergoedingen voor verrichte consultancy of technische diensten onder het royalty-begrip vallen.

De verkoopprijs van een machine is dus geen royalty. Installatie- of montagewerkzaamheden zullen in het algemeen worden aangemerkt als technische diensten. Vergoedingen voor deze werkzaamheden zullen dus wel als royalty's worden gezien. Als een Nederlandse exporteur behalve de levering van een machine ook de aansluiting en oplevering van de machine verzorgt (een ‘turnkey-project'), bestaat het risico dat de buitenlandse belastingdienst de vergoeding voor het gehele project (machine inclusief de diensten) als een royalty zal aanmerken. Over de totale projectprijs zal dan bronbelasting verschuldigd zijn.

In geval van een levering van een goed en bijbehorende dienstverlening verdient het dan ook aanbeveling in het contract niet slechts één project(prijs) overeen te komen, maar de prestatie te splitsen in enerzijds de levering van het goed en anderzijds het verlenen van diensten. De Nederlandse exporteur zal beide vergoedingen dan ook afzonderlijk moeten factureren. Zo kan vaak worden bereikt dat maar op een klein gedeelte van de totale vergoeding, namelijk slechts het deel dat ziet op de dienstverlening, bronbelasting zal hoeven te worden ingehouden.

Vaste inrichting
Bij buitenlandse projecten van langere duur moet ook rekening worden gehouden met het mogelijke risico van een zogenaamde ‘vaste inrichting'. Onder een vaste inrichting wordt verstaan een duurzame bedrijfsinrichting, zonder lokale juridische entiteit, waarmee werkzaamheden van een onderneming worden uitgeoefend. Een vaste inrichting kan niet alleen een kantoor, een filiaal, een fabriek of een werkplaats zijn, maar ook de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, montage of installatiewerkzaamheden waarvan de duur langer is dan een bepaalde periode (bijvoorbeeld drie, zes of twaalf maanden).

Indien een vaste inrichting wordt geconstateerd zal de buitenlandse afnemer meestal geen bronbelasting op de royaltybetaling hoeven in te houden. In plaats daarvan is de Nederlandse ondernemer in dat buitenland winstbelasting verschuldigd over de aan de vaste inrichting toerekenbare winsten, zijnde de oorspronkelijke royalty's minus eventuele toerekenbare kosten. Of daadwerkelijk sprake is van een vaste inrichting zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden en de fiscale wetgeving van het betreffende land.

  1. Nagaan of het lokale standaard bronbelastingtarief door een belastingverdrag wordt verlaagd. Valt de betaling ook onder de definitie van ‘royalty' in de zin van het belastingbedrag?

In de regel geven lokale fiscale wetgeving en belastingverdragen dezelfde uitleg aan het begrip royalty. In de belastingverdragen kunnen landen verder verschillende tarieven voor bepaalde royalty's hebben afgesproken. In het betreffende belastingverdrag is dit goed na te kijken.

De besparing bij toepassing van het verdragstarief kan behoorlijk oplopen. Een voorbeeld uit de praktijk: een Nederlandse ondernemer geeft een octrooi in licentie aan een Australisch bedrijf. De afgesproken licentie-fee bedraagt € 200.000. Het standaard Australische bronbelastingtarief op aan het buitenland betaalde royalty's is 30%. In het belastingverdrag tussen Nederland en Australië is een verlaagd bronbelastingtarief van 10% afgesproken. Een verlaging van 20% betekent in dit geval een bedrag van € 40.000.

  1. De uitkomst van het onderzoek naar bronbelasting meenemen in de besprekingen met de afnemer en verwerken in het contract. Komt eventuele bronbelasting voor rekening van de afnemer of de leverancier?

In de onderhandelingen moet een leverancier altijd een nettovergoeding als uitgangspunt aanhouden: alle eventuele inhoudingen, inclusief bronbelasting, zijn voor rekening van de buitenlandse afnemer. De verschuldigde bronbelasting wordt in dat geval opgeteld bij het oorspronkelijk afgesproken bedrag. In het hiervoor genoemde voorbeeld met een verlaagd bronheffingstarief van 10% bedraagt de brutovergoeding € 222.222 (€ 200.000/0,9).

Omdat een afnemer kan aanvoeren dat de leverancier de bronbelasting meestal kan verrekenen, blijkt brutering in de praktijk niet altijd haalbaar. In dat geval zal de bronheffing worden afgetrokken van de afgesproken vergoeding. Maar ook dan heeft de leverancier altijd nog bereikt dat de afnemer zich maximaal zal inspannen aan alle formaliteiten te voldoen om de bronbelasting zoveel mogelijk te beperken. Bovendien is het toepasselijke bronbelastingtarief voorafgaand aan de betaling voor alle partijen duidelijk. Hiermee wordt voorkomen dat de buitenlandse afnemer te veel bronheffing in zal houden, die in de praktijk uiteindelijk vaak een kostenpost voor de leverancier betekent.

In het contract dient vervolgens te worden opgenomen wat tussen partijen is afgesproken over de bronbelasting, met name voor wiens rekening deze heffing komt. Ter voorkoming van misverstanden is het raadzaam in ieder geval het maximale bronbelastingpercentage en het bedrag van de brutovergoeding in het contract te vermelden. Binnen grotere organisaties zullen meerdere afdelingen bij de dealmaking betrokken zijn, zoals een sales-, legal- en finance-afdeling. Het is dan belangrijk dat de betreffende personen binnen deze afdelingen op de hoogte zijn van eventuele bronbelasting en hierover nauw contact met elkaar hebben.

  1. Er voor zorgen dat, voorafgaand aan de betaling, aan alle formaliteiten is voldaan voor toepassing van het verlaagde of nihil verdragstarief.

In principe zal de buitenlandse afnemer de factuur pas ‘mogen' betalen als aan alle formaliteiten is voldaan. Voor vermindering of vrijstelling van bronbelasting op grond van een belastingverdrag dient de leverancier een door zijn belastingdienst afgegeven en ondertekende woonplaatsverklaring (tax residence certificate) aan de buitenlandse afnemer aan te leveren. Voor betalingen uit sommige landen moet hiervoor een speciaal formulier van het betreffende land worden gebruikt.

  1. Terecht ingehouden bronbelasting verwerken in de Nederlandse aangifte vennootschapsbelasting.

Soms zorgt de buitenlandse klant voor een verklaring van hun eigen belastingdienst waarop het bedrag van de ingehouden en afgedragen bronbelasting staat vermeld (withholding tax certificate). Om buitenlandse bronbelasting in de Nederlandse aangifte vennootschapsbelasting te kunnen verwerken is zo'n verklaring echter vaak niet nodig. In de praktijk is het meestal voldoende als de ingehouden bronbelasting uit de administratie blijkt, aan de hand van de factuur in combinatie met het daadwerkelijk ontvangen bedrag en de boeking in de administratie. Een buitenlandse verklaring blijft natuurlijk altijd goed als extra zekerheid, dus deze in voorkomende gevallen altijd bewaren in de administratie.

 

Over de auteur
Willem Jan Elissen is zelfstandig belastingadviseur en oprichter van Elissen Consulting. Willem Jan heeft ruim 15 jaar ervaring in de fiscale aspecten van internationaal zakendoen.

www.elissenconsulting.nl

Share