Uitvoervergunningen Rusland: inkijkje in de lobby

Uitgave: 
globe magazine, september 2015
Auteurs: 
Dennis Heijnen
Uitvoervergunningen Rusland: inkijkje in de lobby

Het jaar 2014 zal de geschiedenis in gaan als het jaar dat de relaties met Rusland ernstig bekoelde. In februari annexeerde Rusland de Krim. Dit was voor de Europese Unie (EU) onmiddelijk aanleiding om sancties tegen enkele bedrijven en personen in Rusland in te stellen. De situatie werd sterk verergerd door de verschrikkelijke aanslag op vlucht MH-17 door Russische separatisten. Zoals bekend leidde dit tot aanvullende sancties van de EU tegen Rusland op militaire goederen en goederen die bestemd zijn voor gebruik bij olieboringen. In reactie daarop werden er door Rusland tegensancties afgekondigd.

Hoewel er bij bedrijven begrip was voor de afgekondigde sancties tegen Rusland, neemt dit niet weg dat sancties altijd een impact op de handel hebben. Enerzijds omdat handelsrelaties ophouden te bestaan. Echter belangrijker in dit verband is de impact op goederen die nog wel mogen worden verhandeld, maar onderhevig zijn gemaakt aan uitvoervergunningen en controles. Het gaat dan bijvoorbeeld om goederen voor tweeërlei gebruik1. Deze maatregelen zijn nodig om de veiligheid te waarborgen, maar hebben als neveneffect dat ze de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven benadelen. De gevolgen van deze maatregelen zouden daarom zo klein mogelijk moeten zijn. Helaas pakte dit anders uit bij de sancties tegen Rusland. Welke signalen ontvingen EVO en Fenedex en wat is daar aan gedaan? Een inkijkje in de lobby.

Signalen
In augustus 2014 ontvingen EVO en Fenedex de eerste signalen over oplopende wachttijden van uitvoervergunningen. Dit gold voor de export naar Rusland, maar ook voor andere landen waar uitvoervergunningen nodig zijn. Bij Fenedex kwamen signalen binnen van startende bedrijven. Zij dreigde orders mis te lopen omdat ze ruim drie maanden op een vergunning moesten wachten. De concurrent uit een ander EU-land wel kon leveren omdat hij te maken had met kortere wachttijden. Maar pok gevestigde exporteurs gaven aan orders mis te lopen, vooral bedrijven met technisch hoogwaardige producten liepen tegen problemen aan. Het gaat hierbij veelal om producten die zijn ontwikkeld en gestimuleerd met steun van de overheid (topsectorenbeleid), maar nu worden belemmerd in de export. EVO en Fenedex berekende dat de schade als snel kan oplopen tot enkele miljoenen en voor sommige bedrijven zelfs kan leiden tot faillissement. Naast de signalen over lange wachttijden bij uitvoervergunningen ontvingen EVO en Fenedex ook geluiden over een sterke toename van fysieke controles door de douane en lange wachttijden bij de afdeling aangiftebehandeling van de douane.


Actie

Direct na het ontvangen van deze signalen is er contact gezocht met de directeur van de Centrale Dienst In- en Uitvoer (CDIU) in Groningen. Het was EVO en Fenedex bekend dat het CDIU begin 2014 ook al kampte met achterstanden en de vrees was dat deze door de Rusland sancties verder zouden zijn opgelopen. Uit gesprekken met het CDIU bleek echter dat de vertraging niet door het CDIU, maar door de adviesaanvraag bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd veroorzaakt (zie kader). Naar aanleiding van dit bericht spraken Bart Jan Koopman (directeur Fenedex) en ik in oktober 2014 met het management van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In dat gesprek werd onderkent dat de wachttijd was opgelopen en dat deze werd veroorzaakt door de hoeveelheid extra werk. Er bestonden echter geen mogelijkheden om binnen het huidige budget de capaciteit uit te breiden.


Politiek
Door dit gesprek werd helder dat de problemen met de oplopende wachttijden alleen politiek opgelost konden worden. EVO en Fenedex zochten partners om samen op te trekken, zoals VNO-NCW en FME. Daarnaast hebben we via onze eigen kanalen in de Tweede Kamer aandacht gevraagd voor de problemen en de gevolgen voor Nederlandse bedrijven. Het doel was daarbij om extra capaciteit vrij te maken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken zodat de beoordeling van de uitvoervergunningen binnen de wettelijke termijn van acht weken kon worden afgerond. De beoordeling moet immers grondig blijven gebeuren, maar Nederlandse bedrijven en daarmee de economie mogen niet onnodig geraakt worden door sancties die niet voor hen bedoeld zijn.

Kamervragen

Het EVO en Fenedex afgegeven signaal werd herkent door de VVD, D66, CDA en SGP. De partijen besloten daarom op verschillende momenten Kamervragen te stellen aan minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Naar aanleiding van deze vragen kwam in december 2014 een toezegging van de minister om de vertragingen bij de afgifte van uitvoervergunningen op te lossen. Begin 2015 werd duidelijk dat er daadwerkelijk extra mankracht ging komen bij het ministerie voor de beoordeling van uitvoervergunningen. Door de (deels externe) werving en de benodigde inwerkperiode kon in mei 2015 worden begonnen met het wegwerken van de achterstanden en het normaliseren van de wachttijden. EVO en Fenedex ontvangen sindsdien ook geen klachten meer.

Aanvraag
Uitvoervergunningen moeten worden aangevraagd bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) in Groningen. Aanvragen voor export naar (eind)bestemmingen binnen de EU, de NAVO-lidstaten, Zwitserland, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland handelt de CDIU in principe zelf af. Aanvragen voor overige landen legt de CDIU altijd voor aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Indien nodig zullen zij informatie inwinnen bij inlichtingendiensten. Uiteindelijk geeft de CDIU wel of niet een uitvoervergunning af namens de minister voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Deze is verantwoordelijk voor het exportcontrolebeleid.

Douane
De klachten over langere wachttijden en extra controles bij de douane zijn door EVO en Fenedex direct met de douane besproken. De douane gaf aan extra capaciteit in te gaan zetten op het fysieke toezicht. Hierdoor kunnen zendingen tijdig worden gecontroleerd. Daarnaast is er meer voorlichting gekomen richting het bedrijfsleven over de mogelijkheid het selectieprofiel aan te passen bij herhaalde fysieke controles op zendingen naar Rusland. Dit leidde tot een afname van het aantal controles. Bedrijven die hier meer informatie over willen kunnen nog steeds contact opnemen met het Bedrijven Contact Punt (BCP) van de douane. In juli 2015 is met de afdeling Aangifte Behandeling in Rotterdam afgesproken dat ook daar extra capaciteit komt om de achterstanden en ontstane wachttijden te verminderen.

Lobby
Tussen het moment van signaleren van het probleem in augustus 2014 tot het moment van volledige oplossing in mei 2015 zat 10 maanden. Ondanks dat er hier sprake was van een helder en beleidsmatig beperkt probleem. Lobbytrajecten zoals nieuwe douanewetgeving en het herformuleren van het exportbeleid hebben een vele malen langere doorlooptijd. Lobby is daarmee duidelijk een proces van de lange adem. Misschien niet altijd zichtbaar, maar op de achtergrond zeker aanwezig.

Heeft u issues?
Mocht u hinder ondervinden van sanctiebeleid, het controlebeleid van de douane, de CDIU of wordt u op een andere manier gehinderd uw goederen eenvoudig op de plaats van bestemming te krijgen? En komt u er met de individuele overheidsdiensten niet uit? Meld u dan bij EVO of Fenedex. Onze lobby staat voor uw klaar.

Over de auteur
Dennis Heijnen is Beleidsadviseur internationaal ondernemen bij EVO. Heeft u nog vragen? Neem dan contact met mij op via d.heijnen@evo.nl of met uw Fenedex accountmanager.

 


 

 1 Goederen voor tweeërlei gebruik zijn goederen die zowel militair als civiel kunnen worden toegepast. De lijst van goederen voor tweeërlei gebruik is zeer divers en bevat ook een groot aantal onschuldige goederen als schroeven, vlakglas of graafmachines.

Share