Home
Leden inlog

Juridische aspecten van export  

Met welke partij ga ik in zee? Moet ik met hem een schriftelijk contract sluiten? Is mijn contactpersoon gemachtigd? Wat voor een rechtsvorm heeft de afnemer? Is hij goed voor zijn geld? Leg ik de onderhandelingen vast? Moet ik een intentieverklaring krijgen? Op welk moment is de overeenkomst gesloten? Wat moet in de overeenkomst staan? Is mijn handelsmerk internationaal beschermd of kan de afnemer ermee vandoor gaan? Kan ik worden aangesproken wegens productaansprakelijkheid? Zijn mijn algemene voorwaarden van toepassing? Moet ik rechtstreeks verkopen of een agent dan wel een wederverkoper inschakelen? Welke recht is van toepassing en waar moet ik heen bij geschillen? Bovenstaande juridische vragen zijn voor een ondernemer vaak niet interessant. Hij wil handel drijven, nieuwe markten verkennen, kopen of verkopen. Een man een man, een woord een woord. Bij het doen van zaken moet je elkaar kunnen vertrouwen. De juridische aspecten bij transacties zijn dan ook vaak ondergeschikt aan de commerciële aspecten. De winst zit in de handel, niet in de wijze waarop de handel schriftelijk is vastgelegd. Helaas is de realiteit wel eens anders. Handel is hard, de financiële belangen zijn vaak groot. Als het zo uitkomt worden afspraken niet nagekomen of zelfs ontkend. Dan is het goed als de gemaakte afspraken zijn vastgelegd.

Daarmee komt het belang van juridische aspecten bij transacties naar voren. Deze aspecten dienen vooraf te worden vastgelegd. Als een ondernemer bij de onderhandelingen globaal weet waar hij juridisch gezien op moet letten, kan hij de transactie met een geruster hart uitvoeren. Dat geldt niet alleen voor de handel in Nederland maar feitelijk nog meer voor internationale handel.

Iedere exporttransactie is een overeenkomst, of deze nu mondeling of schriftelijk wordt aangegaan. Vaak denkt men dat een contract alleen maar een schriftelijke overeenkomst kan zijn. Ten onrechte, want een overeenkomst kan zowel mondeling als schriftelijk zijn aangegaan. De begrippen overeenkomst  en contract zijn synoniemen. Vanuit Nederlands oogpunt bestaat een exporttransactie uit de verkoop door een Nederlandse ondernemer en de koop door een ondernemer in het buitenland. Om deze overeenkomst uit te voeren heeft de exporteur de verplichting zijn product af te leveren. De importeur in het buitenland moet het product afnemen en betalen.

De verkoop en afzet van producten in het buitenland hoeft niet alleen te geschieden door middel van een verkoopovereenkomst met een buitenlandse ondernemer. Exporttransacties kunnen ook plaatsvinden via derden: via een handelsagent, een wederverkoper of door franchising.

 

Welke juridische zaken zijn voor u als exporteur van belang? Welke juridische valkuilen zijn er en waar moet u op letten? De juridische afdeling van Fenedex heeft voor u de '10 gouden regels bij export' op een rijtje gezet.
 
1. Schriftelijke overeenkomst
Aanbevolen wordt de gemaakte afspraken vast te leggen in een schriftelijke overeenkomst om bewijsredenen en omdat bepaalde bedingen alleen schriftelijk kunnen worden overeengekomen.
 
2. Toepasselijk recht en bevoegde rechter
Omdat het recht dat toepasselijk is op exporttransacties en de bevoegde rechter niet bij voorbaat vaststaan, wordt in beginsel aangeraden in het contract zoveel mogelijk vast te houden aan Nederlands recht en de Nederlandse rechter. Maken partijen geen uitdrukkelijke keuze, dan bepalen internationale regels welk rechtsstelsel van toepassing is en welke rechter bevoegd is.
 
3. Hanteer uw eigen algemene voorwaarden
Reeds in uw offerte dient u naar uw algemene voorwaarden te verwijzen en/of deze mee te sturen, leveringsvoorwaarden bij export, inkoopvoorwaarden bij import. Sluit de algemene voorwaarden van de wederpartij uitdrukkelijk uit.
 
4. Contracten met tussenpersonen
Wees u bewust van de verschillen in juridische positie van enerzijds de agent en anderzijds de distributeur. Een agent is met name in de Europese Unie goed beschermd door een Europese richtlijn. De meeste landen hebben geen specifieke wetgeving op het gebied van distributie. Bij distributiecontracten dient u echter weer rekening te houden met de beperkingen van het mededingingsrecht.
 
5. Ken uw wederpartij
Verifieer de bedrijfsgegevens van uw handelspartner en ga na of degene die namens de firma contracten ondertekent, wel daartoe bevoegd is.
 
6. Eigendomsvoorbehoud
De regels omtrent het eigendomsvoorbehoud verschillen per land. Laat u zich daarom adviseren omtrent de locale vereisten voor het vestigen van een geldig eigendomsvoorbehoud.
 
7. Garantie
Aanbevolen wordt voor uw producten een garantie af te geven die zo concreet mogelijk is en een uiterste afloopdatum bevat. Houdt u er rekening mee dat u niet onder alle omstandigheden een beroep op een beperking in uw garantie toekomt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als u consumentenproducten levert.
 
8. Aansprakelijkheid
Beperk uw aansprakelijkheid in de vorm van een beperking van indirecte en gevolgschade en eventueel een gemaximeerde boete op te laat leveren. Houdt u er rekening mee dat u niet onder alle omstandigheden een beroep op deze beperking toekomt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als u consumentenproducten levert.
 
9. Productaansprakelijkheid
Ook in Europa speelt productaansprakelijkheid een steeds belangrijkere rol. Het is aan te bevelen om over de inhoud van de productaansprakelijkheidregeling van een land informatie in te winnen. Het is in bijna alle gevallen zinvol om een productaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
 
10. Juridische dienstverlening Fenedex
Indien u meer informatie over een bepaald juridisch onderwerp wenst of juridische vragen hebt, kunt u uiteraard altijd contact opnemen met de juridische afdeling van Fenedex.


Hieros Gamos business and legal guides
http://www.hg.org/guides.html

Juris International
http://www.jurisint.org/pub/page00_en.htm

Foreign and International Law
http://guide.biz.findlaw.com/12international/index.html

Law Library of Congress
http://www.loc.gov/law/guide/guideindex.html

   

Meer informatie over juridische aspecten van export

Nieuwe checklist 'Juridische aspecten in 12 exportlanden'

Onlangs heeft een stagiair van de Juridische Afdeling van Fenedex onderzoek gedaan naar de wijze waarop een aantal juridische zaken geregeld zijn in de verschillende landen. De bevindingen uit dit onderzoek zijn opgenomen in de checklist 'Juridische aspecten in 12 exportlanden'.


De volgende onderwerpen zijn meegenomen in dit onderzoek:
  • Eigendomsvoorbehoud
  • Toepasselijkheid algemene voorwaarden
  • Instanties voor het achterhalen van bedrijfsgegevens, en
  • Opzegging agentuur- en distributieovereenkomsten.
Deze zaken zijn uitgezocht voor een twaalftal exportlanden, te weten: Duitsland, België, Frankrijk, Engeland, Verenigde Staten, Rusland, China, Zwitserland, Turkije, Spanje, Polen en Italië.
 
Deze checklist is exclusief voor Fenedex-leden beschikbaar en bovendien gratis op te vragen bij de Juridische Afdeling (Marianne Elissen, 070-3305690 of Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken )
 

Fenedexpress

Hieronder vindt u het laatste artikel uit Fenedexpress over 'Juridische Aspecten Van Export'

INTELLECTUEEL EIGENDOM


10 gouden regels


Fenedex heeft Philip ter Burg, advocaat bij Buren van Velzen Guelen, bereid gevonden de '10 gouden regels voor het beschermen van intellectuele eigendom' voor u op te stellen. Elke regel wordt telkens in volgende edities van de Fenedexpress uitgewerkt.



Philip W.M. ter Burg



Regel 7: Kwekersrecht: een belangrijk buitenbeentje


Ondanks haar kleine oppervlakte is Nederland na de Verenigde Staten de grootste exporteur van agrarische producten ter wereld. Voor wat betreft verse groenten is Nederland zelfs al vier jaar op rij de grootste exporteur. De Nederlandse landbouw en tuinbouw zijn goed voor circa 10% van de Nederlandse economie en werkgelegenheid en de agrarische export van Nederland is over 2010 gestegen van 60,5 miljard naar 65 miljard euro, goed voor circa 17,5% van de totale Nederlandse export. Ter behoud van deze uitzonderlijke positie is innovatie essentieel. Nederland is in de plantenveredeling dan ook één van de belangrijkste landen ter wereld.


Wat is een kwekersrecht?

Een kwekersrecht is een intellectueel eigendomsrecht dat aan de ontwikkelaar van een nieuw plantenras kan worden toegekend. De houder van een kwekersrecht op een ras heeft het uitsluitend recht teeltmateriaal van dat ras voort te brengen of verder te vermeerderen, ten behoeve van de vermeerdering te behandelen, in de handel te brengen, uit en in te voeren, voor een van deze doeleinden in voorraad te hebben, almede aan anderen het recht te geven deze handelingen te verrichten.


Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

In Nederland is het kwekersrecht geregeld in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005. Voor toekenning van een kwekersrecht is onder andere vereist dat het moet gaan om een nieuw plantenras dat onderscheidbaar is, dat wil zeggen afwijkt van eerder bekende rassen. Bovendien moet het nieuwe plantenras homogeen zijn, dat wil zeggen dat er meerdere planten van hetzelfde nieuwe ras moeten worden geproduceerd met eenzelfde expressie en bovendien geldt dat na vermeerdering geen relevante afwijkingen mogen voorkomen. Tevens moet het gaan om een bestendig ras, dat wil zeggen dat het ras in opvolgende vermeerderingsrondes consistent zijn eigenschappen behoudt. Onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid staan (inter)nationaal ook wel bekend als de DUS-vereisten (Distinctness, Uniformity en Stability).


Een ras wordt als nieuw aangemerkt indien op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot verlening van het kwekersrecht er binnen Nederland niet reeds langer dan één jaar en buiten Nederland niet langer dan vier jaar, en in geval van bomen en wijnstokken niet langer dan zes jaar, teeltmateriaal of geoogst materiaal van het ras door of met toestemming van de kweker is verkocht of anderszins op de markt is gebracht.


De aanvraag voor een Nederlands kwekersrecht dient te worden ingediend bij de Raad voor plantenrassen. De Raad voor plantenrassen heeft tot taak het toelaten en inschrijven van nieuwe rassen in het rassenregister. De administratieve afhandeling van de aanvraag en de verantwoordelijkheid voor het kwekersrechtonderzoek liggen feitelijk bij de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw, ofwel Naktuinbouw, en voor bloembollen bij de Bloembollenkeuringsdienst, ofwel BKD. Onder verantwoordelijkheid van Naktuinbouw respectievelijk de BKD wordt in een technisch DUS-onderzoek vastgesteld of het nieuwe ras voldoet aan de DUS-vereisten.


Bij het indienen van een aanvraag voor een kwekersrecht dient de aanvrager een naamsvoorstel te doen voor het ras. Dit kan zowel een fantasienaam als een code zijn. Met de voorgestelde naam of code dient het ras voldoende identificeerbaar te zijn. De naam mag niet misleidend zijn. Er is sprake van misleiding indien de naam verwarring sticht omtrent de karakteriserende eigenschappen, de waarde of identiteit van het ras of omtrent de identiteit van de kweker. Tevens mag de naam niet strijdig zijn met een reeds bestaande handelsnaam of merk. Een goed gekozen naam kan overigens sterk bijdragen aan de commerciële waarde van het kwekersrecht en het daardoor beschermde ras.


Het kwekersrecht heeft een duur van 25 jaar vanaf de inschrijving in het rassenregister, met uitzondering van een aantal bij ministerieel besluit aangewezen rassen waarvoor een beschermingsduur van 30 jaar geldt, zoals bijvoorbeeld aardappels, appels, aardbeien, pruimen, tulpen en wilgen.


Op de rechten van de kweker wordt een tweetal uitzonderingen gemaakt. De eerste uitzondering is het recht voor een teler om gebruik te maken van eigen vermeerderd zaaizaad of pootgoed voor de productie van eindproduct: het zogenaamde 'farmers privilege'. Dit is echter geen algemeen recht. Allereerst geldt dit recht in Nederland alleen voor de gewassen aardappel en graan. Voor alle overige gewassen is het gebruik van eigen zaaizaad of pootgoed dus verboden. Een teler mag alleen gebruik maken van eigen zaaizaad of pootgoed indien de teler hiervan uit zichzelf melding maakt aan de houder van het kwekersrecht vóór de 15e mei van het kalenderjaar waarin de eigen geplante teelt zal worden geoogst. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat dit gebruik tot het eigen bedrijf beperkt blijft. Daarbij geldt dat, als een teler gebruik maakt van eigen zaaizaad of pootgoed, hij verplicht is om de houder van het kwekersrecht voor het betreffende ras een vergoeding te betalen, in de regel een bepaald percentage van de normale royaltyvergoeding voor het ras.


De tweede uitzondering is het recht voor anderen om gebruik te maken van beschermde rassen die op de markt verkrijgbaar zijn ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe rassen: de zogenaamde 'breeders exemption'. Deze uitzondering is van wezenlijk belang om ervoor te zorgen dat er voldoende materiaal van rassen vrij beschikbaar is voor de veredeling.


Voor het instandhouden van een kwekersrecht dient jaarlijks bij vooruitbetaling een cijns te worden betaald. Het kwekersrecht vervalt als de jaarcijsn niet binnen 6 maanden nadat deze verschuldigd is geworden is betaald.


Kwekersrecht versus octrooi

Sedert de implementatie in de Rijksoctrooiwet 1995 van de Europese Richtlijn 98/44/EG van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen is het onder omstandigheden ook mogelijk voor planten of dieren octrooi aan te vragen. Door de ontwikkelingen in de biotechnologie zijn nieuwe veredelingsmethoden ontstaan waardoor het bijvoorbeeld mogelijk is om erfelijke eigenschappen in een gewas in te bouwen, of om een schadelijk gen te isoleren en uit te schakelen. Het plantenras valt nog steeds onder het kwekersrecht, maar de nieuwe methoden van veredelen en het ‘direct verkregen resultaat' zijn octrooieerbaar, mits de uitvoerbaarheid van die uitvinding zich in technisch opzicht niet beperkt tot één bepaald planten- of dierenras. Overigens vindt op de octrooieerbaarheid van dieren een ethische toetsing plaats, die tot afwijzing van het octrooi leidt indien de uitvinding het dier doet lijden zonder aanzienlijk medisch nut voor mens of dier op te leveren.


Communautair kwekersrecht en UPOV

Naast nationaal kwekersrecht bestaat er Europees kwekersrecht. Het communautair kwekersrecht voorziet in bescherming in alle lidstaten van de EU door middel van één onderzoek. Europees kwekersrechten kunnen worden aangevraagd bij en worden verleend door het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) te Anger, Frankrijk.


Als voor het ras al een nationaal kwekersrecht is verleend kan het CPVO op basis van het nationale rapport een communautair kwekersrecht verlenen. Voor geringe kosten is het ras dan beschermd in de hele EU. Voorwaarde is wel dat het ras moet voldoen aan de communautaire nieuwheidseisen, dat wil zeggen dat op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot verlening van het kwekersrecht er geen componenten of oogstmateriaal van het ras door of met toestemming van de kweker reeds eerder dan één jaar binnen de Gemeenschap of reeds eerder dan vier jaar, en in geval van bomen en wijnstokken eerder dan zes jaar, buiten de Gemeenschap zijn verkocht of anderszins op de markt zijn gebracht.


De UPOV (l'Union internationale pour la Protection des Obtentions Végétales) is een intergouvernementele organisatie voor de wereldwijde bescherming van nieuwe plantenrassen via het intellectuele eigendomsrecht. Op dit moment kent de UPOV naast Nederland 67 leden. De meest landen zijn aangesloten bij het verdrag van 1991, maar er zijn ook nog landen die enkel de oudere versies van het verdrag van 1978 of zelfs van 1961 hebben geratificeerd. Indien men in één van de UPOV-lidstaten kwekersrecht wil aanvragen, dient dit altijd te gebeuren in het betreffende land zelf. In Nederland zijn de voorschriften van het UPOV-verdrag van 1991 geïncorporeerd in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.


Vermogensrecht

Een kwekersrecht en een aanspraak op verlening van kwekersrecht kunnen, zowel ten aanzien van het volledige recht als voor een aandeel daarin, in eigendom worden overgedragen of in licentie worden gegeven. Voor overdracht is een schriftelijke akte vereist. Tevens kan een kwekersrecht worden verpand en kan daar door crediteuren beslag op worden gelegd. Voor werking van het pandrecht jegens derden is inschrijving daarvan in het rassenregister vereist. Voor beslag op een kwekersrecht is inschrijving in het rassenregister van het proces-verbaal van inbeslagneming vereist.


Inbreuk

Als iemand inbreuk maakt op de uitsluitende rechten van een houder van een kwekersrecht, dan kan deze bij de rechter een inbreukactie starten. Indien de rechter oordeelt dat er sprake is van inbreuk op het kwekersrecht, dan kan deze diverse maatregelen opleggen, zoals het vergoeden van schade of winstafdracht en/of de vernietiging van het inbreukmakend materiaal en de materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij de teelt van het inbreukmakend materiaal, al dan niet in combinatie met een dwangsom. De verliezer (dit kan ook de houder van het kwekersrecht zijn!) van een inbreukprocedure kan worden veroordeeld om ook de (in redelijkheid gemaakte) proceskosten van zijn wederpartij te betalen. Dit betekent alle kosten, dus naast de eigen advocaatkosten ook alle advocaatkosten van de wederpartij.




10 GOUDEN REGELS VOOR HET BESCHERMEN VAN INTELLECTUELE EIGENDOM


  • Onderkennen belang intellectuele eigendom

  • Octrooien

  • Merken

  • Tekeningen en modellen

  • Auteursrecht

  • Handels- en domeinnamen

  • Kwekersrecht 

  • Overdracht en licentiering intellectuele eigendom

  • Handhaving intellectuele eigendom

  • Juridische dienstverlening Buren van Velzen Guelen N.V. en Fenedex