Invoerreglementering

Bij de internationale handel krijgen exporteurs en importeurs te maken met een heleboel regels. Deze regels zijn ingesteld door nationale overheden of zijn het gevolg van internationale afspraken.

Invoerrechten, dit zijn tarifaire maatregelen. Belangrijke elementen van de invoerreglementering zijn de tarieven, heffingen en belastingen. Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen dus hetzelfde.
 
Invoerrechten hebben twee functies:
1. ze vormen een bron van inkomsten voor de overheid;
2. ze functioneren als bescherming van de nationale industrie tegen goedkopere producten uit het buitenland.

De hoogte van het invoerrecht wordt vaak bepaald aan de hand van de omschrijving van het product, ofwel een HS-code van het product. De exporteur moet er daarom voor zorgen dat uit de benaming, verpakking en vervoerswijze van het product duidelijk blijkt om wat voor soort product het gaat. In het algemeen geldt dat het percentage aan invoerrechten dat betaald moet worden oploopt van grondstof via halffabrikaat naar eindproduct. Bij het vaststellen van de effectiviteit van het invoerrecht moet daarom niet gekeken worden naar het percentage zelf, maar naar het verschil tussen het invoerrecht voor het halffabrikaat en het eindproduct. Het invoerrecht is effectiever als er voor het eindproduct meer invoerrecht wordt betaald dan voor het halffabrikaat.

Invoerrechten kunnen worden onderverdeeld in specifieke rechten en ad-valorumrechten. Specifieke rechten zijn gebaseerd op bepaalde kenmerken van de goederen. Ad-valorumrechten zijn waarderechten: zij zijn gebaseerd op de prijs van de goederen. Bij ad-valorumheffingen is het moeilijk te bepalen over welke douanewaarde het invoerrecht geheven moet worden. De factuurprijs van de exporteur, zo nodig verhoogd met vracht- en assurantiekosten, wordt hiervoor niet altijd gebruikt. Elk land heeft namelijk een andere regeling. De EU gaat bijvoorbeeld uit van de CIF-waarde en voor de VS geldt de FOB-waarde. Daar komt nog bij dat verschillende landen dezelfde regeling anders uitleggen. Dit leidde tot verwarring en werkte fraude in de hand. Daarom heeft de Internationale Kamer van Koophandel al voor de Tweede Wereldoorlog aangedrongen op vereenvoudiging en uniformiteit. In 1950 aanvaardde men een door de Internationale Douaneraad opgestelde waardedefinitie, de Brusselse waardedefinitie. Onder douanewaarde wordt hier verstaan de 'normale prijs': de prijs moet tot stand zijn gekomen in vrije concurrentie tussen koper en verkoper, die onafhankelijk van elkaar zijn. De Brusselse Douanewaarde was geldig tot 1980. In dat jaar werd deze vervangen door de nieuwe GATT/WTO-douanewaarde. Deze waarde gaat uit van de werkelijk betaalde
of te betalen prijs, de zogenaamde transactiewaarde.

Per product geldt een van de volgende twee vormen van invoerrechten:
1.    enkelvoudige tarieven. Als er in een bepaald land voor een bepaald product slechts een tarief geldt, ongeacht het land waar het product uit is geïmporteerd;
2.    tarieven met twee of meer kolommen. Dit tarief is wel afhankelijk van het land van oorsprong van de goederen. In een land kunnen dus voor hetzelfde artikel verschillende invoerrechten gelden omdat de artikelen uit verschillende landen komen.

Er wordt over autonoom tarief gesproken als het gaat om maximumtarieven die vastgelegd worden door het land dat de rechten heft. Er is sprake van een conventioneel tarief als de rechten volgens een verdrag tussen diverse landen worden vastgesteld. Minimum tarieven gelden voor goederen waarvoor een preferentiële behandeling is vastgesteld op grond van een handelsverdrag tussen twee of meer landen. Preferentiële behandelingen zijn eigenlijk niets anders dan voorkeursbehandelingen.
Niet voor alle producten hoeven invoerrechten te worden betaald. Na de Tweede Wereldoorlog streefden verschillende handelsnaties naar verlaging van tarieven en vermindering of opheffing van non-tarifaire maatregelen. Zo heeft de EU met verschillende landen afspraken gemaakt om geen of lagere invoerrechten te heffen op alle of een bepaald aantal goederen uit die landen. De lagere invoerrechten zijn de eerder genoemde minimumtarieven. Er wordt van een preferentieel systeem gesproken als de economische voordelen die aan een of meer landen worden toegekend, aan andere landen worden ontzegd. Denk aan de afspraken met de ontwikkelingslanden en de EVA-landen.

Onder welke voorwaarden een tariefpreferentie mag worden gebruikt, is afhankelijk van de vorm van het preferentiële systeem. We onderscheiden er zeven:

1.het gedeeltelijk preferentiële systeem;
2.de vrijhandelszone;
3.de tariefunie;
4.de douane-unie;
5.de douane-unie in fiscale zin;
6.de economische unie;
7.de sectorgewijze integratie.

Invoercontigenten geven aan hoeveel of tot welk bedrag er van een bepaald product mag worden ingevoerd. Het verschil tussen invoercontigenten en gewone invoerrechten is dat van de laatste de hoogte vaststaat en er geen maximum aan invoer van het product is vastgesteld. Meestal gelden invoercontingenten voor een jaar. Daarbij is het mogelijk dat het er niet toe doet uit welk land de producten komen, of kan het juist bepaald zijn dat het slechts gaat om producten uit bepaalde landen. Het tariefcontingent geeft aan welk tarief er voor een bepaalde hoeveelheid ingevoerde goederen geldt. Wordt er meer ingevoerd, dan kan op deze meer-invoer een extra zwaar tarief geheven worden.
Handelsverdragen worden door twee of meer landen gesloten om hun onderlinge handel te bevorderen. Ze kunnen gaan over het vaststellen van contingenten, wederzijds kredietverlening, enz. De WTO is een voorbeeld van een handelsverdrag tussen een groot aantal landen. Vaak bevat een handelsverdrag een clausule waarmee het verdrag buiten werking wordt gesteld als de nationale economische situatie dit noodzakelijk maakt.
Naast de hoogte van het invoerrecht bevat de invoerreglementering van een land andere zaken, zoals: welke documenten zijn verplicht bij de invoer? Aan welke eisen moeten producten en de verpakking voldoen? Het is dan ook noodzakelijk om bij een transactie de invoerreglementering regelmatig te checken, omdat dit vaak aan veranderingen onderhevig is.

 

 

Nuttige links

douane_ontwikkelingen_en_inklaring_in_rusland (Fenedexpress juli/augustus 2008)

Tariffs and Trade Data Base  for non-EU countries
http://mkaccdb.eu.int/

Gebruikstarief
http://gebruikstarief.douane.nl/

Invoerreglementering EU vanuit ontwikkelingslanden
http://exporthelp.europa.eu/

Schorsingen van invoerrechten bij invoer in de EU
http://www.ez.nl/onderwerpen/internationaal_ondernemen/tariefschorsingen

Internationale postzendingen: douanevoorschriften per land
http://www.tpgpost.nl/business/internationaal/verzendvoorwaarden/verzendvoorwaarden/index.jsp

Samenvattingen buitenlandse warenwetgeving in meer dan 70 landen
http://www.export.nl/downloads/20071122-buitenlandse_warenwetgeving.pdf

Share

Focus

10
MRT

 By Rotterdam School of Management.

Maak gebruik van de gratis SIB-coach!