Vreemde valuta

Vrijwel elk land heeft zijn eigen munteenheid, die meestal alleen maar in eigen land betaalkracht heeft. Een exporteur moet er dus rekening mee houden dat hij in een ander land met een andere munt moet betalen. Daarmee zijn we direct bij het probleem van de wisselkoersen aangeland. De wisselkoers van de munt laat zich omschrijven als de ruilverhouding tussen de munteenheden van twee landen. De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de nationale geldeenheid. De prijs waartegen de bank een vreemde valuta verkoopt, heet de laatkoers. De prijs waartegen de bank een vreemde valuta koopt, heet de biedkoers.

Bij een systeem van flexibele wisselkoersen wordt de koersvorming overgelaten aan het vrije spel van vraag en aanbod. Importeert een land veel, dan zal het een grote vraag oproepen naar vreemde valuta's. Het aanbod van vreemde valuta's komt voort uit de uitvoer. Vaste wisselkoersen daarentegen reageren niet op veranderingen in vraag en aanbod.

Bij zwevende wisselkoersen ontstaat er automatisch evenwicht op de betalingsbalans. Een nadeel van dit systeem is dat exporteurs of internationale handelaren in het algemeen, naast hun normale prijsrisico ook een behoorlijk koersrisico lopen. Exporteurs en importeurs moeten dus altijd rekening houden met de wisselkoers. Voor hen bepaalt de wisselkoers immers hoeveel zij moeten betalen voor buitenlandse producten die ze exporteren. De exporteur moet het gefactureerd bedrag omrekenen in de valuta van het land waarnaar hij exporteert. Voor het omrekenen moet hij de lage koers gebruiken, omdat de exporteur het geld dat hij ontvangt in Nederland weer naar euro's moet omwisselen tegen deze koers.

De exporteur kan zich op de volgende manieren tegen wisselkoersrisico's indekken:

  • leading en lagging;
  • termijn contracten;
  • keuze van factureringsmunt;
  • wisselkoersclausules opnemen;
  • verzekering van het wisselkoersrisico;
  • valuta opties.

Leading en lagging berust op het principe: versnel in het geval van een mogelijke waardedaling van een vreemde valuta de ontvangsten en vertraag de uitgaven in die valuta.
Leading betekent het vervroegd aflossen van negatieve valutaposities in een valuta waarvan de koers stijgt en/of in voortijdig positieve valutaposities in een munt waarvan de waarde daalt.  Lagging is het opzettelijk uitstellen van het nakomen van verplichtingen in een munt waarvan de waarde daalt.

De meest voor de hand liggende en meest voorkomende methode om voor exporttransacties valutarisico's uit te sluiten, is het termijncontract. Uitgaande van een Nederlands exportcontract waarvan de betaling pas na drie maanden binnenkomt, berust het principe van het termijncontract op het feit dat de exporteur zijn over drie maanden te ontvangen ponden nu al aan zijn bank verkoopt. De exporteur levert de ponden over drie maanden aan zijn bank en de bank levert dan tegelijkertijd de overeengekomen hoeveelheid guldens aan de exporteur. Termijn contracten zijn in vrijwel alle gangbare valuta af te sluiten. De kosten verbonden aan het afsluiten van een termijncontract, zijn erg laag. Termijncontracten zijn van toepassing op exporttransacties met een betalingstermijn van maximaal twee jaar.

Bij de keuze van de factureringsmunt streeft de exporteur er naar het wisselkoersrisico op de afnemer af te wentelen. Dit leidt vaak tot ontevredenheid bij de importeur. Vandaar dat wel eens overgegaan wordt op een contractbedrag op basis van 'fifty-fifty'. Zodoende wordt het koersverlies of de koerswinst door beide partijen gedragen.

Een andere methode om het koersverlies tussen beide partijen te verdelen, is het opnemen van een wisselkoersclausule in het handelscontract. Dit houdt in dat het gefactureerde bedrag wordt aangepast aan de koersverandering op het moment van betaling. Vaak stelt men wisselkoersclausules op, op basis van de verhouding nationale munt-dollar.

De koersrisicoverzekering wordt door een kredietverzekeringsmaatschappij verleend voor transacties inzake levering van kapitaalgoederen en diensten aan het buitenland en voor de uitvoering van werken in het buitenland, met een looptijd van langer dan twee jaar.

Bij het kopen van een valuta-optie (put optie) verkrijgt de exporteur het recht, om tegen de afgesproken uitoefeningsprijs en binnen de looptijd van de optie, Vreemde Valuta te verkopen. Bij een gunstige koersontwikkeling hoeft de exporteur dit recht niet te gebruiken en kan de Vreemde Valuta tegen de hogere koers verkopen en zo dus koerswinst maken. De kosten verbonden aan het kopen van een optie zijn relatief hoog.

Share

Focus

10
MRT

 By Rotterdam School of Management.

Maak gebruik van de gratis SIB-coach!